NWO benadeelt de sociale wetenschappen

De discussie rondom het wetenschapsbestuur en –beleid gaat onder andere over de hoeveelheid tijd die wetenschappers vandaag de dag besteden aan het schrijven van onderzoeksvoorstellen. Volgens recent onderzoek van de Volkskrant besteden wetenschappers wel tussen de 10 en 30 procent van hun tijd aan het schrijven van voorstellen, voorstellen die bovendien nog eens een grote kans hebben om te worden afgewezen. Er is simpelweg te weinig geld om alle uitstekend beoordeelde aanvragen van middelen te voorzien.

Een belangrijke financier van onderzoeksgeld, waar veel van de voorstellen voor worden geschreven, is de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het idee volgend dat competitie het beste in wetenschappers naar boven zou halen heeft voormalig minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ten tijde van kabinet Balkenende-I de zogenoemde Plasterkkorting toegepast: 100 miljoen euro is van de universiteiten afgenomen, om via NWO te worden herverdeeld op basis van competitie. Gezien de hoeveelheid tijd die we besteden aan het schrijven van onderzoeksvoorstellen, tijd die in veel gevallen beter had kunnen worden besteed aan het doen van onderzoek, kunnen we wel stellen dat de Plasterkkorting mislukt is.

De Plasterkkorting raakt bovendien sommige vakgebieden meer dan andere. Want onderzoeksvoorstellen schrijven is op zich nog best acceptabel, maar als de slagingskansen erg laag zijn, zelfs bij goed beoordeelde voorstellen via ‘peer-reviews’, dan ondervindt een vakgebied meer schade dan wanneer de slagingskans hoger is.

Hoe hoog zijn de slagingskansen eigenlijk voor de verschillende NWO-onderdelen? Ik heb dat op basis van officiële NWO-cijfers onderzocht. Hierbij wordt over de jaren 2009-2013 bekeken wat de gemiddelde slagingskans is over een groot aantal vormen van wetenschapsfinanciering [1]. Belangrijk om te vermelden is dat twee financierings”reuzen” niet meetellen: Zwaartekracht en de wetenschappelijke Topsectoren van het ministerie Economische Zaken. De ervaring leert dat vooral de beta-faculteiten van deze grote programma’s profiteren.

NWO_Slagingspercentages

De slagingspercentages staan hier in een lijstje. Strak bovenaan staat het gebied hersenen en cognitie (NIHC), met een slagingskans van 61%. Nummer twee is NWO-centraal, een diverse verzameling subsidies waaronder NWO-Groot (infrastructurele middelen zoals neutronenmicroscopen, krachtige magneten en andere, vooral beta-faciliteiten), Mozaiek subsidies, Toptalenten, Graduate school subsidies en internationale samenwerkingen, waar de slagingskans 43% bedraagt. Ook WOTRO heeft een relatief hoge slagingskans, waarin veel onderzoek naar de Millennium Development Goals wordt gefinancierd.

Stijf onderaan staan de Maatschappij- en Gedragswetenschappen, met een slagingspercentage van 16 procent. Dat is dus ongeveer de helft van de slagingskans in de exacte, genomics en technische wetenschappen, en ook beduidend lager dan de chemische wetenschappen en natuurkunde (beide rond de 24%). Ook het nieuwe NRO (onderwijsonderzoek) heeft een lage slagingskans van nauwelijks meer dan 16%. Het is, met andere woorden, droevig gesteld met de slagingskans in de gamma-wetenschappen. Dat ene NWO-onderdeel dat meerdere faculteiten van elke universiteit moet bedienen, waaronder economie, rechten, psychologie, onderwijswetenschappen, politicologie en sociologie, kent een veel kleinere slagingskans dan elk van de andere gebiedsbesturen die elk een klein vakgebied binnen die ene beta-faculteit bedienen.

Als de Plasterkkorting ergens tot een slagveld heeft geleid, is het wel in de gammawetenschappen. Lage slagingskansen, zelfs bij als subsidiabel beoordeelde voorstellen, leiden tot een toenemende frustratie onder sociale wetenschappers. Waar de Geesteswetenschappen het voortouw nemen in de UvA-oproer, zouden de Gammawetenschappen hun krachten moeten bundelen om de slagingskans bij NWO meer gelijk te trekken.

[1] Het betreft de volgende categorieën: Mozaïek, NWO-groot, NWO-middelgroot, NWO-thema, Veni-Vidi-Vici, Vrije Competitie, Overig (hieronder vallen onder meer internationale samenwerkingsprogramma’s, Graduate Programme, Toptalent, Rubicon, Spinoza en gebiedsspecifieke programma’s).