Schoolklimaat: maakt het wat uit voor schoolprestaties?

Om leerlingen goed te laten presteren wordt vaak gedacht dat een goed schoolklimaat essentieel is. Niet alleen goede leraren, maar ook een veilig klimaat zou aan de prestaties van leerlingen bijdragen. Sinds jaar en dag kijkt de Onderwijsinspectie daarom ook naar het schoolklimaat als een van de indicatoren waarop scholen worden beoordeeld. Scholen worden ook verplicht om te registeren of zich problemen op school voordoen, zoals uitingen van geweld en schorsingen.

Mijn gewaardeerde collega uit Amerika Richard Arum doet al een aantal jaren onderzoek naar het disciplinaire klimaat op Amerikaanse scholen. Zijn uitgangspunt is dat scholen steeds minder autoriteit hebben over leerlingen, onder andere omdat ouders gemakkelijker scholen voor de rechter dagen. Dat is funest voor het creëren van een goede leeromgeving. In een recent boek onder redactie van Arum en Velez heb ik, samen met René Veenstra en Machteld Bergstra, een hoofdstuk over Nederland geschreven. Voor elk van de onderzochte landen is aan de hand van het TIMSS 2003 bestand gekeken of het schoolklimaat bijdraagt tot goede schoolprestaties. In dat hoofdstuk vonden we nauwelijks effecten van schoolklimaat op de wiskunde/science toets van leerlingen uit de tweede klas van het voortgezet onderwijs.

Ik heb deze data (alleen Nederland) voor deze post nog even opnieuw onder de loupe genomen, niet in de laatste plaats omdat schoolveiligheid een steeds belangrijker thema wordt in het onderwijsdebat.

Als we willen weten of schoolprestaties te lijden hebben onder een slecht schoolklimaat moeten we zo veel mogelijk rekening houden met de samenstelling van de school op een groot aantal relevante kenmerken voor schoolprestaties. Deze schoolsamenstelling kunnen we met het TIMSS bestand goed controleren, door rekening te houden met de volgende individuele en schoolkenmerken: geslacht, leeftijd, in Nederland geboren of niet, opleidingsniveau van de ouders (op individueel en gemiddeld op schoolniveau, en spreiding op schoolniveau), aantal boeken in huis, grootte van het huishouden, of men op vmbo, havo of vwo zit, schoolgrootte, schooltypen die worden aangeboden, grootte van gemeente, en het percentage jongens en immigranten op school.

In onderstaande figuren wordt duidelijk dat het enorm belangrijk is om voor deze zaken te controleren, omdat ze samenhangen met zowel de disciplinaire problemen als met schoolprestaties. De figuren tonen per school de gemiddelde score op de gecombineerde wiskunde/science-toets, gewoon zoals gemeten onder de leerlingen (ongecontroleerd voor bovenstaande individuele en schoolkenmerken, links) en gecontroleerd voor deze kenmerken (rechts)*. Deze schoolprestaties zijn afgezet tegen drie verschillende variabelen die het schoolklimaat aanduiden:

  • de frequentie van ordeverstoringen in de klas;
  • of leerlingen slachtoffer zijn van diefstal, fysiek geweld of uitschelden op school (slachtofferschap).
  •  Afwezigheidsproblemen (te laat komen, spijbelen, en afwezigheid).

Figuur 1 toont de relatie tussen schoolprestaties en het aantal ordeverstoringen per leraar. In de linkerkant van de figuur is te zien dat de schoolprestaties relatief slechter zijn op scholen met meer ordeverstoringen. Echter, als we rekening houden met de belangrijke andere factoren (in het rechterdeel van figuur 1) blijft er van de samenhang niets over. Als we rekening houden met relevante individuele en schoolkenmerken is er geen samenhang tussen het aantal ordeverstoringen en de prestaties van leerlingen op wiskunde en natuurkunde. Met andere woorden, er zijn vooral slechtere schoolprestaties op scholen met veel ordeverstoringen omdat die scholen anders zijn qua leerlingpopulatie of andere niet-ordegerelateerde schoolfactoren.

Figuur 1: aantal ordeverstoringen en schoolprestaties

disruptive

 

Figuur 2 toont de relatie tussen afwezigheidsproblemen en schoolprestaties. Wederom is er in het ‘gecontroleerde’ plaatje geen samenhang. De prestaties zijn slechter op scholen waar leerlingen vaak te laat komen, spijbelen of afwezig zijn, maar dat komt vooral omdat deze scholen bepaalde soorten leerlingen in zich herbergen die, vanwege deze sociale of demografische factoren, gemiddeld genomen lagere cijfers halen.

Figuur 2: afwezigheidsproblemen en schoolprestaties

disengagement

Tot slot toont Figuur 3 de samenhang tussen slachtofferschap en schoolprestaties, en daar zien we wel een duidelijk verband, dat ook overeind blijft na controle voor individuele en schoolkenmerken. Naarmate leerlingen vaker slachtoffer zijn van diefstal, geweld of pesten gaan de prestaties op een school omlaag. Overigens is dit resultaat vooral het gevolg van individuele processen: leerlingen die gepest worden hebben gemiddeld minder goede toetsresultaten.

Figuur 3: slachtofferschap en schoolprestaties

victimization

 

Al met al is er wel iets, maar niet veel bewijs dat een veilig schoolklimaat bijdraagt tot goede schoolprestaties. Dit betekent niet dat schoolklimaat onbelangrijk is, of dat de Inspectie en scholen zich er niet druk over hoeven te maken. Sterker nog, het lijkt er op dat in landen met een centraal aangestuurd schoolsysteem de veiligheidsproblemen kleiner zijn, dus continue aandacht is geboden. Maar de gevonden relaties geven wel enige nuance in het belang dat wordt gehecht aan het schoolklimaat. Voor goede leerprestaties zijn individuele kenmerken veel belangrijker dan schoolkenmerken, vooral ten aanzien van het sociale milieu waaruit men afkomstig is.

 

* deze controle is toegepast door een multilevel model te schatten (leerlingen genest in scholen) met de controlevariabelen (op individueel en schoolniveau) als voorspellers. Van dit model zijn de residuen genomen, die vervolgens in de rechterfiguur zijn afgezet tegen schoolklimaatindicatoren.