Category Archives: zaan

University College Zaanstad?

Sinds een jaar of tien schieten ze als paddestoelen uit de grond: University Colleges. Ze bieden een ander concept van hoger onderwijs: selectiever dan reguliere universitaire opleidingen, breder van aard (geïnspireerd op de brede bacheloropleidingen in Amerika), en met meer intensief onderwijs. Deze eliteopleidingen hebben ook een prijs: het collegegeld is, afhankelijk van de “moederuniversiteit”, rond de twee keer zo hoog als voor een gewone universitaire studie.

De nieuwste ontwikkeling is het University College Fryslan van de Rijksuniversiteit Groningen, vandaag aangekondigd. Het brengt het universitaire onderwijs terug naar Friesland, waar in Franeker na Leiden de oudste universiteit van Nederland stond (maar in 1811 werd opgedoekt). Het UCF biedt een brede bachelor in de sociale wetenschappen, net als veel van de andere university colleges. De UC’s komen tegemoet aan de behoefte in de samenleving; sommige studenten willen een verschil maken in de massauniversiteit.

In een eerdere blog schreef ik al dat Zaanstad zou moeten proberen meer hoger opgeleiden naar de Zaanstreek te trekken. Dat kan via werkgelegenheid en via opleidingen in het hbo of universiteit. Waar de eerdere poging om een hbo-opleiding naar Zaanstad te krijgen mislukte weet ik niet, maar het is niet gemakkelijk om in buitengemeenten van Amsterdam iets op te zetten. Almere had de brede UvA-bachelor Gedrag en Samenleving, die onder de naam Algemene Sociale wetenschappen pas studenten ging trekken toe die al weer lang en breed in de Amsterdamse binnenstad zat.

Een betere mogelijkheid zou een University College Zaanstad zijn. Waarom niet de vlucht naar voren? Of dit College zich op “food” zou moeten richten (bijvoorbeeld in samenwerking met Wageningen Universiteit) weet ik niet; de “house of food” en “first in food” initiatieven zijn volgens sommigen grotendeels mislukt. Een andere sector waar Zaanstad zich op wil richten is de creatieve sector. Juist die sector is een van de Topsectoren van het Nederlandse wetenschapsbeleid; wetenschapsfinanciering behoort tot de mogelijkheden. En wat is, vandaag de dag, creatiever dan de game-industrie? Een brede selectieve universitaire bachelor gericht op de game-industrie; met input vanuit de informatica, pedagogiek, psychologie, communicatiewetenschap, sociologie en bedrijfseconomie. Samenwerkend met de sterke sector uit Amsterdam en omstreken. Op een mooie plek, met studentenhuisvesting op de gaming campus.

Puzzels in het Zaanse onderwijs

Gisteren was ik te gast op Het Compaen, waar vmbo-leerlingen een smakelijk diner serveerden aan een stuk of 35 onderwijsmensen. Schoolbestuurders, ouders, ambtenaren, politici, en een enkele onderwijssocioloog, bogen zich over de toekomst van het Zaanse onderwijs. Een van de grootste uitdagingen is dat er in Zaanstad relatief weinig leerlingen op het havo en het vwo terecht komen, in vergelijking met de rest van Nederland. Zowaar een interessante puzzel. En eentje waarvan de stukjes nog niet in elkaar liggen, want men weet nog niet hoe het komt.

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen. Mocht Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad, de initiator van de bijeenkomst, op zoek zijn naar oplossingen, zouden we eerst meer moeten weten over deze verklaringen.

Basisschool onder de maat?
Allereerst zou het kunnen zijn dat het basisonderwijs in de Zaanstreek onder de maat is. Vreemd genoeg weten we hier niet veel van, omdat er tot dusver niet met de Citotoets (eindtoets basisonderwijs) wordt gewerkt, maar met de NIO-toets (een IQ-test). We weten wel dat het IQ van de Zaanse basisschoolleerlingen niet afwijkt van het landelijk gemiddelde, maar dat zegt niet zoveel over de leervorderingen die kinderen geschikt maken voor het ene of het andere schooltype. Vanwege de landelijke ontwikkelingen gaat het Zaanse basisonderwijs ook over op een Citotoets. Maar we hoeven niet zo lang te wachten om een vergelijking met andere regio’s te maken. Immers, al sinds geruime tijd werken Zaanse scholen al wel met het leerlingvolgsysteem (LVS). Maar de toegankelijkheid van deze gegevens laat te wensen over. Als men zou willen weten of lagere prestaties in het basisonderwijs een verklaring zijn voor de gebrekkige doorstroom naar het havo-vwo zouden we niet alleen het LVS van Zaanse leerlingen moeten bekijken, maar ook dat van een vergelijkingsgroep. En zie dat maar eens te krijgen.

De lokale bevolking?
Een tweede verklaring is dat de beperkte doorstroom naar havo-vwo niets te maken heeft met prestaties in het basisonderwijs, maar met de sociale samenstelling van de lokale bevolking. Volgens enkele aanwezigen is het gemiddeld opleidingsniveau in de Zaanstreek lager dan landelijk, dus ook van de ouders van de huidige basisschoolgeneratie. Er zijn mogelijk relatief veel kinderen uit gezinnen met een migratieachtergrond. En het is bekend dat, zelfs onder kinderen met dezelfde leerprestaties, sociaal en etnisch milieu samenhangt met doorstroom naar het havo-vwo. Dat hoeft niet (alleen) te gaan over achterstandsmilieus; er zijn ook verschillen in doorstroomkansen tussen kinderen van ouders met een mbo- en universiteitsdiploma.

Problemen in de advisering?
Een derde mogelijke verklaring is dat er iets mis gaat in de advisering vanuit de basisschool. Als er geen neutrale informatiebron is die men goed kan vergelijken met landelijke cijfers, worden subjectieve indrukken van leraren belangrijker. Als de Zaanse bevolking lager is opgeleid dan landelijk gemiddeld, kunnen subjectieve oordelen van leraren negatief uitpakken voor leerlingen. Leraren zijn net mensen; ze hebben ook vooroordelen, net als ieder ander. Onderzoek toont aan dat de sociale ongelijkheid in onderwijskeuzes groter is op scholen waar geen Citotoets wordt gebruikt in vergelijking met scholen waar de Citotoets wel wordt gebruikt. Toegegeven, dit onderzoek is al wel 10 jaar oud, maar ook recent landenvergelijkend onderzoek toont aan dat een systeem van centrale toetsing de sociale gelijkheid ten goede komt.

De lokale economie?
Tot slot zoekt de vierde verklaring het vooral in de lokale economie. De Zaanse economie kent relatief veel industrie, met veel banen waar beroepsspecifieke vaardigheden voor nodig zijn. Ouders, ooms, tantes, kinderen zelf, misschien zelfs de leerkrachten, het is mogelijk dat men in het categoriseringsproces van ‘wie hoort waar?’ deze lokale omstandigheden mee laat wegen. Met een grotere focus op beroepsopleidingen tot gevolg.

Moet Zaanstad wel een hoger opgeleide bevolking krijgen?
De criticus zal natuurlijk zeggen: er is toch niets mis met een goede beroepsopleiding? Dat klopt, en een van de sterke punten van het Nederlandse onderwijsstelsel is juist dat we een goed stelsel van beroepsopleidingen hebben op mbo- en hbo-niveau. Maar de arbeidsmarkt, ook die van beroepsopgeleiden, stelt steeds grotere eisen aan de vaardigheden van mensen. Met de LTS komt men er niet meer. De loodgieter van vandaag heeft meer algemene vaardigheden nodig dan die van gisteren (computers, Engels, sociale vaardigheden). En morgen is hij bovendien misschien wel geen loodgieter meer, en heeft hij daarom breder toepasbare vaardigheden nodig dan voorheen. En er zijn lokaal ook voordelen van een hoog opgeleide bevolking; in hoger opgeleide en meer cosmopolitische steden is men gelukkiger en de economische groei hoger. Een serieus beleid gericht op onderwijs moet dus meer doen dan alleen het onderwijs aanpakken. Ook de lokale economie verdient aandacht. Waarom geen groot ICT-bedrijf naar de Zaanstreek gehaald? En die HBO, moet die toch maar komen?